De erven van Flevoland liggen als eilanden met een groene jas in een open (Mondriaan)landschap van licht, lucht en ruimte. Duidelijk ontworpen op de tekentafel in de jaren vijftig. Maar landbouw, ondernemerschap en functies veranderen. Erven groeien en de jas past niet meer.
Hoe geven we erven ruimte om te groeien, zonder de kenmerkende structuur en eigenheid van het polderlandschap te verliezen? In opdracht van Provincie Flevoland ontwikkelden we een leidraad voor de vergroting en functieverandering van agrarische erven in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland.
Dat begon met goed kijken. We onderzochten de geschiedenis, verkaveling en erftypen om grip te krijgen op de essentiële aspecten die bepalend zijn voor de kwaliteit van een erf. We bekeken hoe schaal, bebouwing, water, beplanting en openheid met elkaar samenhangen. Daarbij maakten we onderscheid tussen open gebieden, randzones, fruitteeltgebieden en kennis- of agroclusters.
De leidraad vertaalt deze kennis naar heldere uitgangspunten voor erfformaat, groeirichting, inrichting en erfsingels. Niet ieder erf vraagt immers om exacte hetzelfde antwoord. De plek in de polder, de oorspronkelijke kavelstructuur, de dichtheid aan erven en het gebruik bepalen welke ontwikkeling passend is.
Zo biedt de leidraad houvast én ruimte voor maatwerk. Ondernemers kunnen blijven vernieuwen, terwijl de openheid en samenhang in het Mondriaanlandschap altijd centraal blijven staan.